onbetrouwbaar ijs


 

Schaatsleed

 

Menig marathon heb ik schaats op kop gereden,

soepeltjes pootje over zoals anderen dat deden,

handen kalm op de rug bij langgerekte stukken,

medaille of herinnerkruis  het moest me lukken.

 

Met tegenstanders werd fair en fel gestreden.

In de sprint was het erop eronder of beneden.

Mijn benen waren goed en scherp mijn noren.

Regelmatig zag de cameraman mij van voren.

 

Op een dag ben ik in een wak gegleden.

Met nog een ronde of twee drie te gaan

waren mijn kansen volledig van de baan.

 

Ik was  blind door een rood gevlekte lint gegaan.

Mijn kersverse vriendin riep bezorgd ‘ach heden,

ik had aan de start nog  wel zo voor je gebeden.’

©c.u.

Advertenties

Te weinig spin


 

Revisited

In de fluisterstille morgen filtert het sleepnet

van de taal een mix van letters woorden zinnen

voor ’t nichtje dat mijn genegenheid tolereerde,
hetzelfde water zag maar niet wist wat ik dacht.

 

Met wie ik in daglichte dromen haasje over speelde

ik weet een kleur die jij niet ziet, het was karmozijn.

Ze wees naar het gras en de kleur van‘t rijpe koren,

vroeg wat: zei je nou, ik kon het zo goed niet horen

 

Schelpen sprongen 3 keer over spiegelend glad water,

later dacht ik,gaan we trouwen.Vrolijk riep ze:doe me

dat na.Ik kon kiskassen keilen en scheren wat ik wou
het ging mis door te weinig spin en onzegbare dingen.

 

Surfend in de wolken van ’t internet, geeft nu, geen enkel

spoor antwoord dat ze nog leeft of speelt in de eeuwigheid.

©c.u.

Reminiscentie


 

In de fluisterstille morgen filtert het sleepnet

van de taal een mix van letters woorden zinnen

over het nichtje dat goedmoedig mijn stuntelige

genegenheid tolereerde, naar‘t zelfde blauw van

lucht en water keek, maar niet voelde wat ik zag.

 

Met wie ik in daglichte dromen haasje over speelde

of ik weet een kleur die jij niet ziet, het was karmozijn.

Ze wees naar het gras en de kleur van‘t rijpe koren,

vroeg wat: zei je nou, ik kon het zo goed niet horen

 

Schelpen sprongen drie keer over spiegelend glad water,

later dacht ik,gaan we trouwen. Opgetogen riep ze:’doe

eens na.’Toen kon ik kiskassen keilen scheren: mijn oester

ketste maar 1 x door te weinig spin en onzegbare dingen.

 

Surfend langs de wolken van’t internet, geeft nu, geen enkel

spoor me antwoord dat ze leeft of al speelt in de eeuwigheid.

©c.u.

Herdersspel


 

 

 

Dat zij uiteindelijk verworden zou tot wat

spelende vingers in de luwte van het land,

fluistergedachten in de vroege zee rondom

een  schip dat langzaam klom uit de horizon.

 

Ongewild ging ze in mijn universum wonen

koos zo voor altijd domicilie in mijn dromen

was ’t illusie haar ster alleen nog onderweg

die ik probeerde met woorden op te vangen.

 

Op een stoffig en beschadigd toetsenbord

zoek ik de letters bij haar stralende gezicht

geef het  leven van toen en later onderdak.

 

Maar met de tijd verdwijnt zij in het decor

laat mij ‘t spel van attributen en figuranten:

een herdersspel  geteisterd door verlangen.

©c.u.

 

 

 

Impasse


Een stoel is maar een gedachte

de tafel en de lamp er boven ook.

Het weer gaat vandaag niet voor

goud de wereld is nu waterkoud.

 

De wind maakt wegwerpgebaren.

Het land loopt om de wolken heen.

Bitterkoekjes hangen in de bomen,

gedicht wellicht driedimensioneel .

 

Je zit aan het ontbijt ,er ligt een rimpel

op de melk, uit de duivendatsja klinkt

gekoer ‘t carnaval is tenenkrommend.

 

Pen potlood staan stuurloos op papier,

verticaal, ze vallen niet schrijvend om,

vanuit welk perspectief je ‘t ook bekijkt.

©c.u.

‘Op volle toeren’


kerstster

 

Voor het venster bloeit en schittert

de rode kerstster nu in blessuretijd

Op de achtergrond kraakt of knettert

een schuurmachine ritselt het soms.

 

Een kolonie militante reuzen- muizen

die de boel uitbundig op stelten zet

terwijl ’t landschap van de tv muzikaal

vol op sterkte in de eindeloosheid reist.

 

Waar alles kleiner wordt en in het niets

verdwijnt alleen ‘t lawaai te horen blijft

de bij of aardhommel die zoemt en bromt.

 

‘Buurman majoor Tom boort en schuurt

terwijl ik lezen wou ‘In Einsteins achtertuin’.

moest hij ‘t universum zetten naar zijn hand.

 

©c.u.

Klinkdicht


 

 

Natuurlijk neef kan ik die gedichten

in de verkoop zetten ik poot een bord

goed zichtbaar in de voortuin plaats

een advertentie onze landelijke krant.

 

Te koop een sonnet op stand voor

redelijke prijs Ik neem een erkende

makelaar in de arm; bij die gedachte

alleen al, krijg ik ‘t een beetje warm.

 

Het aanbod is royaal gevarieerd

de poëzie onlangs gerenoveerd

heeft  vloerverwarming  zonpanelen

 

al mijn ballades, rondo’s ,parlando’s

en rondelen zijn goed onderhouden

slechts ‘t acrostichon is ondermaats.

 

©c.u

 

Gedicht zonder hulpmotor


 

Vandaag ligt er een gedicht op straat

dat graag een loopje met ons neemt,

op kruisingen nooit de richting geeft

maar bij regen wat sporen achterlaat.

 

‘t Vers op wielen dat de bocht omgaat

heel onverwacht uit het zicht verdwijnt

als een duvel uit een doosje verschijnt

terwijl ‘t hardop met een iphoon praat.

 

Op weg naar middelbare school of werk

wellicht naar de moskee en naar de kerk

in stromende regen en stormende wind.

 

Tenslotte geven we toch naam aan het kind

fiets,jongen, meisje het maakt niet veel uit.

Elke kleur in de regenboog kan op beschuit.

.

©c.u.

 

Weemoed


Spleen

 

Eens waren wij jong

en schoon de leeuwerik

zong de grutto riep

kikkers kwaakten

in het geniep.

Zo was het toen gewoon.

 

Nu gaan wij vergrijzen

Een tomtom gaat ons

de weg wel even wijzen.

 

Neem op de rotonde

de derde afslag en ga

dan wat kilometers rechtdoor

fluistert een jufrouw vriendelijk

aan ons beter-horen-oor.

 

En na een kronkelweg

die eindeloos lijkt

klinkt opgewekt: u hebt

uw bestemming zo bereikt.

©c.u.

Oom Roelof


Bij het kamerraam keek hij zijn jaren weg

wees naar buiten; ‘moet je nou zien zeg,

op die grote tak zit verdorie een kalkoen!

Wat moet dat gekke beest nu daar doen!’

‘Kijk boven in buurmans rode beukenboom!

Hoog is voor een kalkoen toch niet gezond.’

‘Waar vraag’, ik, begrijp ’t, hou wijs m ’n mond

want zijn wereld werd een verwarde droom

waarin alle dingen van hun plaats verschoven

de klok tikte, dagen gingen in de tijd verloren

onderste stenen kwamen steeds maar boven.

©c.u